Welkom

Wie ben ik?

Diorama

Rondom den Herdenberg

Tekst 17 juni 1580

Sgroten Landkaart

Hardenberg

Hardenberch

Deze gravure had ik opgescharreld

Literatuur

Leo Belgicus

OAL

Zoek de verschillen

Lectuur

 

 

07/24/05

 

 

 

De Slag bij Hardenberg 1580 13e Jrg Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren, 1848,

14

De afval de Graaf van Rennenberg stelde de Verenigde Provincies aan grote onheilen bloot. Het eerste gevolg was de poging der Staatsgezinden om Groningen door belegering in bezit te krijgen, terwijl de Koningsgezinden de stad zochten te ontzetten.Maarten Schenck rukte van de zijde van den Rijn met een aanzienlijke  macht tot ontzet aan en de Graaf van Hohenlo trok hem tegemoet. Aan de grenzen van het Graafschap Bentheim in de nabijheid van elkaar gekomen, werd het door sommigen raadzaam geacht, geen slag te wagen, maar alleen de proviand af te snijden, dewijl de vijand, niet langer dan voor een maand betaald, zich zelf door honger en muiterij genoeg geslagen zou vinden. Ook was het gevaarlijk, met een kleine hoop voetknechten, die bovendien niet goed toegerust waren, zich in een gevecht te begeven. Anderen meenden,dat, door het ver-

158

Mijden van een slag,Oldenzaal, wellicht ook Zwolle, waar de vijand verstandhouding had, verloren kon gaan, terwijl het leger van Hohenlo, dat in lange tijd geen vijand had gezien had boeren en burgers van Groningen, naar een gevecht uitzag. De neiging van de Veldheer had de overhand. “Hij werd”, meldt Picardt, “gewaarschuwd”, wel toe te zien wat hij deed: dat hij, door een dergelijke manier van doen, de kwetsbaarheid van de jonge staat in gevaar kon brengen; dat zoiets ook onnodig was omdat er ook andere manieren waren om de vijand van zijn voornemen af te houden. Doch dit alles was tevergeefs. Dat dolle Hohenlosche hoofd zou zijn zin hebben en wilde dapperheid en doortastendheid tonen. De nederlaag veroorzaakte het verlies van Coevorden en het opbreken van het beleg van Groningen. De bijzonderheden van deze gebeurtenis, voorgevallen de 17e juni 1580, zijn door de eerlijke en nauwkeurige Fresinga medegedeeld. Blijkbaar hebben Bor, van Meteren en Hooft hem als hun bron gebruikt. Fresinga meldt, blz. 245: Schenck liet volgens zeggen een boekje publiceren waarin zou staan dat er (Coevorden) nog kruit en proviand gevonden werd. Van dit boekje hebben wij verder nergens over melding horen maken. Fresinga zelf heeft het niet gezien, en ook Strada, van wie men had kunnen veronderstellen dat hij het gebruikt zou hebben, schijnt er, gezien het feit dat hij de veldslag abusievelijk dateert in 1581, geen kennis van te hebben.

 

159

Het enige exemplaar, dat wij er ooit van hebben gezien is in ons bezit en om de inhoud –een bericht van de slag bij Hardenberg gezien door de ogen van de vijand- aan de vergetelheid te ontrukken, laten wij het hier letterlijk afdrukken.

Het bevat, met het titelblad, slechts 7 bladzijden in kwarto.

 

Waarheidsgetrouw verslag van de slag die op 17 juni 1580 plaats vond tussen Hardenberg en Gramsbergen op het grondgebied van Overijssel of Friesland om drie uur ’s middags. Door Krijgsvolk van de Koning van Spanje onder leiding van Marten Schenck van Ryddeggen (?), tegen de Graaf van Hohenloh of Holach, Overste van het nieuwe verbond dat in Utrecht werd gesloten. 

                                _._._

Nadat het Krijgsvolk van de Koning van Spanje met voordeel aangekomen was bij de plaats Velthuisen in de regio Bentheim, en alle dorpen leeg waren en er geen proviand was, en daar werden ontvangen door verkenners en boden, die wisten te melden dat de Graaf van Holach samen met zijn leger richting Vesting Coevorden optrok.

 

160

Is er eerst een Krijgsraad gehouden en besloten de hoogste weg door de heide tussen het dorp Ulsen, Tinholt en het water de Vecht richting het gehucht Hardenberg , en aldaar over diezelfde brug te trekken (genaamd Vidrus), waarbij Emlicheim wordt gepasseerd (de gebruikelijke weg) vol van versmallingen en Moeras,of kreupelhout aan de rechter kant en daar de vijand door behendigheid en gute mittel (?) en hinderlaag te verhinderen, verhoffens (?) deste veiliger en vroeger, twee of drie mijlen en op een plateau te liggen. Dan alle Uren aangevallen door de vijand,ook met bossen en holle wegen en Moeras, hen dat zij moesten over de brug naar Esschenbrugge, Tinholt en Emlichheim, en daarna ook Emlichheim in een smalle weg, wat een korte dwaalweg was, als de rechte weg, waar ze door gekomen waren, waarop zij bemerkten dat zij van alle kanten in het nauw gebracht werden, Proviand gehalveerd (?) , en de vijand verscheen in goede orde, en voorgenomen diezelfde nacht

161

Uit te trekken gaan Hardenberg (En zomogelijk) de vijand voor te zijn en in te halen, twijfelen nog de weg van ons volk, bovengenoemde brug van Hardenberg.

 

En hebben zoals gewend nachgebrachtet (?) de drommen in gelid te stellen, in de achterhoed,zonder enige trommelslag of trompetten, reisden in goede orde van Velthuizen , na middernacht om twee uur, recht op Gramsbergen aan, een halve mijl van Coevorden en Hardenberg, omstreeks de middag, Neemt  Martin Schenck 25. paarden met zich op weg om er achter te komen waar de vijand was en kregen informatie het was van de huizen een kwart mijl verderop, bevindt zich het kampement van het vijandelijke leger achter een bos, en zijn voetvolk verfrist, en bedekt of beschut aan een kant van het water, verwachten ons volk.

162

Schenk dit vernomen hebbende, is weer naar de huizen gereden en aangekondigd hoe de vijand bij de hand was hebben ze eendrachtig besloten slag te leveren, en de brug en de pas in die mening te veroveren.

Dus hebben ze zich in slagorde opgesteld, en negen feinlein (?) voor hun geweldige massa en de anderen voor de achterhoede en tros.

De Speerruiters zowel Albanische en Waalse, hebben zich in drie formaties en de schutters te paard en Duitse ruiters voor de vierde, opzij gehouden,

Daarna met freigen (?) gemoed op de vijand af, die tot viermaal toe zonder schade aan te richten zijn groot geschut inzette, zoals nu de vijand in zijn voordeel onbewegelijk gebleven, hebben de Walonen schutters

163

te paard, met ettelijke Musketiers onder hen te voet verordonneert de vijand dapper aan te vallen. Waarna Kapitein Thomaso Frati Albanisch Ritmeester, samen met de hoofdlieden Demetrio, Baglion, en de heer van Dixmuide, met alle toegesnelde vrijwillige Edellieden, met volle overgave, dicht op een hoop, hun lansen gericht op de vijand dat deze de vlucht heeft genomen en naar bos en moeras is geweken, hebben de onzen deze er geweldig van langs gegeven, zodat het voor de vijand onmogelijk was te herladen.Nadat de eerste formatie, waaronder Hohenloh (naar men veronderstelt) zich bevond, zo uiteen geslagen was, zijn de schutters te paard, musketiers en speerruiters van alle zijden op de andere troep aangevallen en hebben die zo wanorde gebracht dat ze al snel de struiken in zijn gevlucht.

 De overste Helstein (?) samen met andere bevelhebbers over het voetvolk, toen zij vernamen dat de ruiters uiteen geslagen waren en onze slagorde opdrong, hebben het geschut in de steek gelaten zonder en zonder spieszbrechen (vernagelen?) of weerstand te bieden, zijn naar de Vecht gegaan om over de brug naar Coevorden te ontsnappen. Echter onze mannen drongen zo op, dat ze de brug niet hebben kunnen bereiken, zodat ze in het water zijn gesprongen, deels verdronken, deels gedood, deels gevangen zijn genomen.

De Speerruiters en Schutters te Paard,

 

 

 

164

Zijn achter de vijand aan gegaan en hebben er veel bij het bos van Uelsen omgebracht en zween (?) ruitervaandels veroverd volgens Plettenberg, Luitenant-Overste van de ruiters gevangen, en de Ritmeester Kompff, de Luitenant-Overste van het Voetvolk, de Heer van hemert genoemd, samen met Hoofdman Renon (?) dood gebleven.

De Graaf van Hohenlo is van de slag naar het stadje Nienhaus verplaatst, maar niet binnengelaten, derhalve de weg naar Olednzaal vier mijlen van Hardenberg genomen en daarmee hij onbekend ….heeft hij zijn flaider veranderd (?).

In de slag zijn op de Balstatt (?) dood gebleven, 1500. gewond zoals sommigen willen 1200, waaronder veel Hoofdlieden, Vaandrigs, Edellieden en bevelhebbers geweest. Gevangen naar Groningen overgebracht 335, negen Feinlein veroverd: 2 Ruitervaandels, 4 fraaie stukken geschut, 12 tonnen poeliers, met foglen en munitie, tezamen met wagens, uitrustingsstukken en proviand van alle ruiters en Landsknechten.

De avond van dezelfde dag, toen het Krijgsvolk

 

165

(zo in de ) vernam,dat de slag is verloren, zijn ze allemaal in overhaaste vlucht uit slot en schansen vertrokken, en hebben alle uitrusting, munitie en proviand achtergelaten. Wie nu de ……., hoofdman onder het Billische Regiment, en Landdrost van Drente aangekomen, is hij door de Overste de 18e ’s morgens afgevaardigd met zijn Feinlein,knechten, zijn ambt en huis Coevorden bestuur weer in te nemen, en beter dan de vijand te beschermen.

De 19e ’s ochtends nadat door de gevangenen van de aanval van de vijand  is bericht, dat de Graaf van Hohenlo 2000 ruiters bij zich had gehad, en 22 Feinlein Knechten, aan onze kant zijn 15 voetknechten, en 40 speerruiters dood gebleven. De Ritmeester Thomaso frati is verwond, maar niet dodelijk, en naast hem te paard en voet. De heer van Dixmuide heeft een … verloren, het voetvolk heeft weinig schade geleden, vanwege het feit dat ze bij het eerste treffen niet gearriveerd, alleen naar het uiteenvallen van de ruiterij, en op de loop gaan van het voetvolk,daarop zeker te zien, dat deze zege niet door mensen,maar door God den Almachtige is bewerkstelligd, terwijl ze een gering versmachtende hongerig

 

 

 

 

166

 

 

 

This site was last updated 03/09/05