Welkom

Wie ben ik?

Diorama

Rondom den Herdenberg

Tekst 17 juni 1580

Sgroten Landkaart

Hardenberg

Hardenberch

Deze gravure had ik opgescharreld

Literatuur

Leo Belgicus

OAL

Zoek de verschillen

Lectuur

 

 17 juni 1580 (  tekst ontleend aan het tweede nummer van "Rondom den Herdenbergh",Tijdschrift van de Historische Vereniging Hardenberg en omgeving).

De slag op de Hardenberger heide

Ruim vierhonderd jaar geleden vond in deze omgeving een veldslag plaats, die

nauwelijks de geschiedenisboeken  gehaald  heeft,  doch  die destijds nogal wat

gevolgen heeft gehad.

Zoals bekend waren de Koning van Spanje (Philips de Tweede) en de opstandige

Staten van Holland onder de leiding van Willem van Oranje gewikkeld in de langdurige

en bloedige Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), waarbij de krijgskansen nogal eens

wisselden.

Met de komst van Parma keerde het tij ten gunste van de Spanjaarden. Zo koos in het

Noorden de stadhouder Rennenberg onverwachts voor de Spaanse zaak (3 maart

1580). Zijn invloed bleef echter beperkt tot de stad Groningen, want de Ommelanden

waren bijzonder verbitterd door dit verraad en toonden dit door ondermeer de klokken

uit de dorpstorens te halen en er geschut van te gieten!

Willem van  Oranje reageerde op deze gebeurtenissen door het zenden van een

belegeringsmacht van 13 vendels voetknechten en 2 kornetten ruiters. Later werden

hieraan nog extra versterkingen toegevoegd onder leiding van ondermeer de graaf van

Hohenlo, zodat tenslotte vierenvijftig vendels voetvolk en twaalfhonderd ruiters voor

Groningen lagen.De Groningers hielden stand, daardoor aangemoedigd door het bericht dat vanuit het

zuid-oosten een ontzettingsmacht naderde onder leiding van Maarten Schenk. Dit

leger bestond uit veertien vendels voetvolk, drie kornetten speerruiters en een vendel

busschieters (drieduizend man voetvolk en zeshonderd ruiters).

Als tegenmaatregel  werd  een  deel van het bezettingsleger de ontzettingsmacht

tegemoet gezonden. Velen meenden dat dit een riskante onderneming was. Hohenlo

nam   de  leiding  op zich  van  de troepenmacht,   bestaande  uit  achttienhonderd

voetknechten, veertienhonderd a tweeduizend ruiters en vijf stukken geschut, en

haastte zich in geforceerd tempo op de snikhete, windstille, zeventiende juni de vijand

tegemoet.   Deze  had   inmiddels  alle  gelegenheid  gehad   om   zich   in   het  stadje

Hardenberg op te frissen (o.a. met veertien tonnen bier!). Rustig kon derhalve de

kundige Maarten Schenk zijn troepen opstellen in het zuid-westen, zodat hij de zon in

de rug  had.  De plaats waar zich het één en ander afspeelt, wordt genoemd de

Sta(a)lbrink.

Het is al middag als de vermoeide troepen van Hohenlo zich opstellen, waarbij

vervelend is dat zij de zon recht in het gezicht hebben. Op de ene flank plaatst Hohenlo

drie vendels schutters te paard (Friezen). Op de andere flank de resterende ruiterij en

het geschut. Daarachter staat over de gehele lengte het voetvolk.

Na het gebed renden de Friese ruiters, aangevoerd door Hohenlo, vooruit, waarbij het

tot een treffen kwam met twee kornetten Spaanse ruiters. Deze laatste delven het

onderspit en nemen in hun vlucht het daarachter geplaatste voetvolk mee.

De Spaanse zaak lijkt verloren. Terwijl de Friese ruiters een wijde boog maken voor een

nieuwe  aanval,  ondernemen  echter Spaanse speerruiters,  ondersteund  door de

busschieters, een aanval op Hohenlo's voetvolk, dat daarop onvoldoende verweer

heeft en het hazenpad kiest.

Een aantal weet nog enige tijd stand te houden op een met bomen begroeid veldje.

Kapitein Wijngaarden en Vaandrig Nievelt behoren tot de gesneuvelden. In totaal

zouden er wel twaalf- tot vijftienhonderd man zijn omgekomen aan de Staatse kant.

Men verhaalt ook dat een uit Groningen meegetrokken nieuwsgierige burger, Popke

Ufken, in zijn koets werd achterhaald en gedood.

Hohenlo zelf weet na veel omzwervingen zich in Oldenzaal veilig te stellen. Velen

vluchtten over de Vecht en door de moerassen. Een groot aantal gevangenen wordt

gemaakt. Tot in de bossen bij Uelsen worden de vluchtelingen achterhaald, waarbij

ook twee ruitervaandels worden buitgemaakt. Verder vallen in vijandelijke handen vier

(wellicht vijf) stukken geschut, twaalf tonnen kruit, kogels, wagens, uitrustingsstukken

en proviand.Daar tegenover staat een verlies aan Spaanse kant van slechts vijftien voetknechten en

veertig  speerruiters,  doch  deze  getallen  zijn  wellicht  niet geheel  betrouwbaar.

Inmiddels hadden de belegeraars van Groningen vreugdevuren aangestoken om de

belegerden in de waan te brengen dat Hohenlo de overwinning had behaald. Toen

echter de waarheid bekend werd, vluchtten de belegeraars naar alle windrichtingen en

werd Maarten Schenk met zijn leger in triomf binnen de stad gehaald.

Zonder overdrijving kan men stellen dat de nederlaag bij Hardenberg er voornamelijk

toe heeft bijgedragen, dat Groningen nog lang in Spaanse handen bleef, om precieste

zijn tot tweeëntwintig juli 1594, toen uiteindelijk Maurits de stad heeft ingenomen.

J. T. A. te Gussinklo.

Wie ben ik .htm

Hardenberg

Hardenberch

Tekst 17 juni 1580

Een groot deel van de soldaten was elders aangeworven als huursoldaat. De infanterie

was bewapend met  musketten,  haakbussen,  pieken, hellebaarden en degens (of

rapieren). Musketten werden afgevuurd door middel van een brandende lonten waren

zó zwaar dat een steun (fourquet) noodzakelijk was.

De lichtere en minder ver dragende haakbus was nog veel in gebruik. De draagwijdte

bedroeg respectievelijk 200 en 600 meter.

Bedacht moet worden dat bijvoorbeeld met het musket slechts één schot per 2 minuten kon

worden afgevuurd, waarvoor een groot aantal handelingen noodzakelijk was.

De betrouwbaarheid van alle attributen liet daarbij ook nogal eens te wensen over. Het

is derhalve niet te verwonderen dat de piekenier , die bewapend was met een 5 a 6 meter

lange piek, nog de kern van de infanterie vormde. De piek diende voor het afweren van

cavalerie en gaf stootkracht aan de infanterie-aanval. Hellebaarden, die o.a. een

functie hadden  bij de vestingverdediging, werden gedragen door de sergeanten.

Officieren droegen korte pieken. De cavalerie was bewapend met zwaarden, spiezen,

pistolen, etc.

Van een straffe organisatie was geen sprake. Een kapitein had het bevel overeen 150 à

200 man. Vriend en vijand konden worden onderscheiden door de meegedragen

vaandels.

De aard van de bewapening maakte het noodzakelijk voor de infanterie om in gesloten

formatie op te treden, bij voorkeur op een egaal terrein.
 

Op de achtergrond ziet men, wat hoger gelegen, de stad Hardenberg. De rivier de

Vecht kronkelt door het landschap.

Links staan de Spaanse troepen opgesteld, rechts de Staatsen onder leiding van

Hohenlo (staat terzijde van het geschut).

Ter linker zijde rukken de Spanjaarden in gesloten formatie op, waarbij de piekeniers

worden omsloten door een scherm arquebusiers (haakbusschutters).

In  totaal telt  men  bij  het Spaanse voetvolk  15 vaandels.   De formaties worden

voorafgegaan door hellebaardiers.

Geheel op de achtergrond staan enkele wagens, waarschijnlijk met voorraden.

Meer op de voorgrond een groepje Staatse gevangenen onder begeleiding van o.a. een

hellebaardier.

Op de voorgrond is de geduchte Spaanse ruiterij, gewapend met lange spiezen, een

onstuimige aanval begonnen. Men telt hier twee vaandels. Ver op de achtergrond ziet

men nog een dergelijke, minder actieve, groep met één vaandel.

Aan de Staatse kant is men duidelijk niet opgewassen tegen de thans ingezette aanval.

Een deel van de ruiterij (met twee vaandels) vlucht reeds in de richting van de Vecht bij

Hardenberg.

Een ander deel, mogelijk met korte roeren of pistolen gewapend, stelt zich dapper

teweer. Men herkent hier twee vaandels. Hohenlo zelf moedigt hen hierbij aan.

Iets meer op de achtergrond is het geschut groepsgewijs opgesteld.

Bij de voorste groep ziet men juist hoe de lont ontstoken wordt. Naast de achterste

groep staat een emmer. Deze bevat water, waarmee de binnenzijde van de loop kon

worden gereinigd.

De Staatse troepen (8 a 9 vaandels) kiezen gedeeltelijk het hazenpad. Hier en daar ziet

men reeds gevallenen en paarden zonder berijders.

De komende nederlaag tekent zich al af.

J. T. A. te Gussinklo.