|
Welkom
Wie ben ik?
Diorama
Rondom den Herdenberg
Tekst 17 juni 1580
Sgroten Landkaart
Hardenberg
Hardenberch
Deze gravure had
ik opgescharreld
Literatuur
Leo Belgicus
OAL
Zoek de verschillen
Lectuur
| |
|
|
|
|
|
De Slag bij Hardenberg 1580 13e Jrg Overijsselsche
Almanak voor Oudheid en Letteren, 1848, |
|
14 |
De afval de Graaf van Rennenberg stelde de
Verenigde Provincies aan grote onheilen bloot. Het eerste gevolg was de
poging der Staatsgezinden om Groningen door belegering in bezit te
krijgen, terwijl de Koningsgezinden de stad zochten te ontzetten.Maarten
Schenck rukte van de zijde van den Rijn met een aanzienlijke macht tot
ontzet aan en de Graaf van Hohenlo trok hem tegemoet. Aan de grenzen van
het Graafschap Bentheim in de nabijheid van elkaar gekomen, werd het
door sommigen raadzaam geacht, geen slag te wagen, maar alleen de
proviand af te snijden, dewijl de vijand, niet langer dan voor een maand
betaald, zich zelf door honger en muiterij genoeg geslagen zou vinden.
Ook was het gevaarlijk, met een kleine hoop voetknechten, die bovendien
niet goed toegerust waren, zich in een gevecht te begeven. Anderen
meenden,dat, door het ver- |
|
158 |
Mijden van een slag,Oldenzaal, wellicht ook Zwolle,
waar de vijand verstandhouding had, verloren kon gaan, terwijl het leger
van Hohenlo, dat in lange tijd geen vijand had gezien had boeren en
burgers van Groningen, naar een gevecht uitzag. De neiging van de
Veldheer had de overhand. “Hij werd”, meldt Picardt, “gewaarschuwd”, wel
toe te zien wat hij deed: dat hij, door een dergelijke manier van doen,
de kwetsbaarheid van de jonge staat in gevaar kon brengen; dat zoiets
ook onnodig was omdat er ook andere manieren waren om de vijand van zijn
voornemen af te houden. Doch dit alles was tevergeefs. Dat dolle
Hohenlosche hoofd zou zijn zin hebben en wilde dapperheid en
doortastendheid tonen. De nederlaag veroorzaakte het verlies van
Coevorden en het opbreken van het beleg van Groningen. De bijzonderheden
van deze gebeurtenis, voorgevallen de 17e juni 1580, zijn door de
eerlijke en nauwkeurige Fresinga medegedeeld. Blijkbaar hebben Bor, van
Meteren en Hooft hem als hun bron gebruikt. Fresinga meldt, blz. 245:
Schenck liet volgens zeggen een boekje publiceren waarin zou staan dat
er (Coevorden) nog kruit en proviand gevonden werd. Van dit boekje
hebben wij verder nergens over melding horen maken. Fresinga zelf heeft
het niet gezien, en ook Strada, van wie men had kunnen veronderstellen
dat hij het gebruikt zou hebben, schijnt er, gezien het feit dat hij de
veldslag abusievelijk dateert in 1581, geen kennis van te hebben.
|
|
159 |
Het enige exemplaar, dat wij er ooit van hebben
gezien is in ons bezit en om de inhoud –een bericht van de slag bij
Hardenberg gezien door de ogen van de vijand- aan de vergetelheid te
ontrukken, laten wij het hier letterlijk afdrukken.
Het bevat, met het titelblad, slechts 7 bladzijden
in kwarto.
Waarheidsgetrouw verslag van de slag die op 17 juni
1580 plaats vond tussen Hardenberg en Gramsbergen op het grondgebied van
Overijssel of Friesland om drie uur ’s middags. Door Krijgsvolk van de
Koning van Spanje onder leiding van Marten Schenck van Ryddeggen (?),
tegen de Graaf van Hohenloh of Holach, Overste van het nieuwe verbond
dat in Utrecht werd gesloten.
_._._
Nadat het Krijgsvolk van de Koning van Spanje met
voordeel de 16e juni aangekomen was bij de plaats Velthuisen in de regio Bentheim,
en alle dorpen aantroffen en er geen proviand was, en daar werden
ontvangen door verkenners en boden, die wisten te melden dat de Graaf
van Holach samen met zijn leger richting Vesting Coevorden optrok.
|
|
160 |
Is er vlug een Krijgsraad gehouden en besloten de
hoogste weg door de heide tussen het dorp Ulsen, Tinholt en het water de
Vecht richting het gehucht Hardenberg , en aldaar over diezelfde brug te
trekken (genaamd Vidrus), waarbij Emlicheim niet
aangedaan wordt (de
gebruikelijke weg) vol van versmallingen en Moeras,of kreupelhout aan de
rechter kant en daar de vijand door behendigheid en gute mittel (?) en
hinderlaag te verhinderen, naar gehoopt wordt deste veiliger en vroeger,
twee of drie mijlen en op een plateau te liggen. Dan
continue aangevallen door de vijand,ook met bossen en holle wegen en Moeras, hen
dat zij moesten over de brug naar Esschenbrugge, Tinholt en Emlichheim,
en daarna ook Emlichheim in een smalle weg, wat een korte dwaalweg was,
als de rechte weg, waar ze door gekomen waren, waarop zij bemerkten dat
zij van alle kanten in het nauw gebracht werden, Proviand gehalveerd (?)
, en de vijand verscheen in goede orde, en voorgenomen diezelfde nacht |
|
161 |
Uit te trekken tegen Hardenberg (En zomogelijk) de
vijand voor te zijn en in te halen, twijfelen nog de weg van ons volk,
bovengenoemde brug van Hardenberg.
En hebben in het geheim er voor
gezorgd de troep in gelid op te stellen, in de achterhoed,zonder enige trommelslag
of trompetgeschal, reisden in goede orde van Velthuizen , na middernacht om
twee uur, recht op Gramsbergen aan, een halve mijl van Coevorden en
Hardenberg, omstreeks de middag, Neemt Martin Schenck 25. paarden mee zich op weg om er achter te komen waar de vijand was en kregen
informatie het was van de troepen een kwart mijl verderop, bevindt zich
het kampement van het vijandelijke leger achter een bos,
waarvoor 4 stukken geschut stonden en zijn
voetvolk verfrist, en bedekt of beschut aan een kant van het water,
verwachten ons volk. |
|
162 |
Schenk dit vernomen hebbende, is weer naar de
troepen gereden en nadat hij had
aangekondigd hoe de vijand er bij stond hebben ze
eendrachtig besloten slag te leveren, en de brug en de pas
te veroveren.
Dus hebben ze zich in slagorde opgesteld, en negen
feinlein (?) voor hun geweldige massa en de anderen voor de achterhoede
en tros.
De Speerruiters zowel Albanische en Waalse, hebben
zich in drie formaties en de schutters te paard en Duitse ruiters voor
de vierde, terzijde opgesteld,
Daarna met freigen (?) gemoed op de vijand af, die
tot viermaal toe zonder schade aan te richten zijn groot geschut inzette,
zoals nu de vijand in zijn voordeel onbewegelijk gebleven, hebben de
Waalse schutters |
|
163 |
te paard, met ettelijke Musketiers onder hen te
voet verordonneert de vijand dapper aan te vallen. Waarna Kapitein
Thomaso Frati Albanisch Ritmeester, samen met de hoofdlieden Demetrio,
Baglion, en de heer van Dixmuide, met alle toegesnelde vrijwillige
Edellieden, met volle overgave, dicht op een hoop, hun lansen gericht op
de vijand dat deze de vlucht heeft genomen en naar bos en moeras is
geweken, hebben de onzen deze er geweldig van langs gegeven, zodat het
voor de vijand onmogelijk was te herladen.Nadat de eerste formatie,
waaronder Hohenloh (naar men veronderstelt) zich bevond, zo uiteen
geslagen was, zijn de schutters te paard, musketiers en speerruiters van
alle zijden op de andere troep aangevallen en hebben die zo wanorde
gebracht dat ze al snel de struiken in zijn gevlucht.
De overste Helstein (?) samen met andere
bevelhebbers over het voetvolk, toen zij vernamen dat de ruiters uiteen
geslagen waren en onze slagorde opdrong, hebben het geschut in de steek
gelaten zonder en zonder spieszbrechen (vernagelen?) of weerstand te
bieden, zijn naar de Vecht gegaan om over de brug naar Coevorden te
ontsnappen. Echter onze mannen drongen zo op, dat ze de brug niet hebben
kunnen bereiken, zodat ze in het water zijn gesprongen, deels verdronken,
deels gedood, deels gevangen zijn genomen.
De Speerruiters en Schutters te Paard,
|
|
164 |
Zijn achter de vijand aan gegaan en hebben er veel
bij het bos van Uelsen omgebracht en zween (?) ruitervaandels veroverd
volgens Plettenberg, Luitenant-Overste van de ruiters gevangen, en de
Ritmeester Kompff, de Luitenant-Overste van het Voetvolk, de Heer van
hemert genoemd, samen met Hoofdman Renon (?) dood gebleven.
De Graaf van Hohenlo is van de slag naar het stadje
Nienhaus verplaatst, maar niet binnengelaten, derhalve de weg naar
Olednzaal vier mijlen van Hardenberg genomen en daarmee hij onbekend ….heeft
hij zijn flaider veranderd (?).
In de slag zijn op de Balstatt (?) dood gebleven,
1500. gewond zoals sommigen willen 1200, waaronder veel Hoofdlieden,
Vaandrigs, Edellieden en bevelhebbers geweest. Gevangen naar Groningen
overgebracht 335, negen Feinlein veroverd: 2 Ruitervaandels, 4 fraaie
stukken geschut, 12 tonnen poeliers, met foglen en munitie, tezamen met
wagens, uitrustingsstukken en proviand van alle ruiters en Landsknechten.
De avond van dezelfde dag, toen het Krijgsvolk
|
|
165 |
(zo in de ) vernam,dat de slag is verloren, zijn ze
allemaal in overhaaste vlucht uit slot en schansen vertrokken, en hebben
alle uitrusting, munitie en proviand achtergelaten. Wie nu de …….,
hoofdman onder het Billische Regiment, en Landdrost van Drente
aangekomen, is hij door de Overste de 18e ’s morgens
afgevaardigd met zijn Feinlein,knechten, zijn ambt en huis Coevorden
bestuur weer in te nemen, en beter dan de vijand te beschermen.
De 19e ’s ochtends nadat door de
gevangenen van de aanval van de vijand is bericht, dat de Graaf van
Hohenlo 2000 ruiters bij zich had gehad, en 22 Feinlein Knechten, aan
onze kant zijn 15 voetknechten, en 40 speerruiters dood gebleven. De
Ritmeester Thomaso frati is verwond, maar niet dodelijk, en naast hem te
paard en voet. De heer van Dixmuide heeft een … verloren, het voetvolk
heeft weinig schade geleden, vanwege het feit dat ze bij het eerste
treffen niet gearriveerd, alleen naar het uiteenvallen van de ruiterij,
en op de loop gaan van het voetvolk,daarop zeker te zien, dat deze zege
niet door mensen,maar door God den Almachtige is bewerkstelligd, terwijl
ze een gering versmachtende hongerig
|
|
166 |
|
|
This site was last updated
03/19/05
|